Richtlijnen voor auteurs voor boeken

De volgende pagina's bevatten aanwijzingen en richtlijnen voor het aanleveren en redigeren van een manuscript. Aan de orde komen onder andere de conventies die Pearson hanteert ten aanzien van opbouw, stijl en spelling, schrijfwijze, het markeren van specifieke tekstgedeelten, het citeren van tekst en het overnemen van illustraties en dergelijke, de vormgeving van een literatuurlijst en het maken van een register.

1 Opbouw, stijl en spelling

Het manuscript moet een logische en eenduidige opbouw hebben:
• Lever een heldere en beknopte inhoudsopgave aan (paginanummering is niet per se noodzakelijk).
• Voorwoord: wordt geschreven door de auteur, vertaler of een derde betrokkene. Hierin komen onderwerpen aan de orde die niet direct in verband staan met het onderwerp, maar wel van belang zijn voor de lezer. Bijvoorbeeld: de totstandkoming van het boek wordt toegelicht, medewerkers worden bedankt. Een voorwoord wordt ondertekend met naam en datering.
• Inleiding: heeft betrekking op de eigenlijke inhoud, probleemstelling, opbouw, achtergronden et cetera.
• Streef naar hoofdstukken van een min of meer gelijke omvang.

Houd eenheid in de structuur van de hoofdstukken, kopjes, paragrafen en subparagrafen, wees consequent in het gebruik ervan en wees consequent in de formulering van de hoofdstuk- en paragraaftitels.

Wanneer een boek is samengesteld onder redactie van een of meerdere redacteuren, is het de taak van de redacteur(en) erop toe te zien dat de verschillende hoofdstukken in één stijl en opbouw worden gegoten, en zonodig aan te passen volgens de hier geschetste richtlijnen.

Waak ervoor niet teveel in de lijdende vorm te schrijven. Vermijd het veelvuldig gebruik van het werkwoord ‘worden'. Tekst in de lijdende vorm komt vaak saai over en leest daardoor niet prettig. Voorbeeld: ‘De fout werd gecorrigeerd door de secretaresse' of ‘De secretaresse corrigeerde de fout'.

Pearson hanteert de spelling zoals die is vastgelegd in het welbekende Groene Boekje (Woordenlijst Nederlandse Taal, 2005). Het Groene Boekje is ook online te raadplegen: http://woordenlijst.org. Verder houden wij ons aan de regels en conventies zoals die zijn vastgelegd in Schrijfwijzer (Renkema, 2005).
Welke schrijfwijze of stijl u ook kiest, het is van belang consequent te zijn en te blijven in de toepassing ervan.


2 Instructie voor het aanleveren van kopij

Bij het invoeren van de tekst is het belangrijk dat u met de volgende punten rekening houdt.

• Pearson accepteert alleen kopij die weggeschreven is als Word-bestand.
• Lever een tekst in die zo ‘kaal' mogelijk is ingetikt. Maak geen gebruik van de opmaakmogelijkheden van Word, zoals automatische paragraafnummering, inspringen, afbreken, uitlijnen en dergelijke. Wel kunt u de functies cursief, vet, kleinkapitaal, superschrift of subschrift van uw tekstverwerkings-programma gebruiken.
• Gebruik de spatiebalk alleen voor het maken van spaties tussen twee woorden. Gebruik de spatiebalk nooit om een bepaalde lay-out te verkrijgen.
• Doe niet teveel moeite om een schema, tabel of formule netjes op het scherm te krijgen. Lever bij de kopij een duidelijk (schets)model aan, zodat bij de opmaak helder is hoe het eruit moet komen te zien.
• Wilt u een term nadruk geven, doe dat dan door de tekst te cursiveren. Vette termen in de tekst worden omwille van de leesbaarheid afgeraden.Gecursiveerd worden verder de titels van boeken en tijdschriften, en buitenlandse termen. Komt een term uit een andere taal veelvuldig voor, dan wordt hij meestal een keer, ter introductie, gecursiveerd, en verder niet.
• Behandel de tekst van noten als platte tekst. Gebruik dus niet de nootverwijzingsfunctie van uw tekstverwerker. Noten worden als eindnoten genummerd opgenomen aan het eind van de tekst. Nootverwijzingen (nootnummers) altijd na de interpunctie, tenzij de nootverwijzing op een enkel woord slaat.
• Hoofdstukken, paragrafen en subparagrafen dienen bij voorkeur genummerd te zijn. Maak niet meer dan drie niveaus (1.1.1), gebruik voor nog lagere niveaus ongenummerde tussenkoppen.
• Indien gekozen is voor ongenummerde paragraafkoppen geef de hiërarchie dan aan met een code, bijvoorbeeld [kop1], [kop2], [kop3].
• Verwijs nooit naar ‘hierboven' of ‘hieronder'. Wanneer de tekst eenmaal is opgemaakt, kan het zo uitkomen dat hetgeen waarnaar verwezen wordt op een andere pagina is beland. Gebruik liever ‘hiervoor' of ‘hierna'. Maak geen verwijzingen naar paginacijfers, verwijs liever naar een deel-, hoofdstuk, paragraaf- of tabel/figuurnummer.
• Lever nieuwe kopij aan op cd of via e-mailbestanden. Bewaar zelf altijd een kopie van de bestanden die u toestuurt aan de uitgeverij. Stuur zowel de bestanden als een uitdraai van de tekst, zodat gecontroleerd kan worden of de kopij compleet is. De uitdraai moet identiek zijn aan de geleverde tekstbestanden.
• Overleg de wijze waarop beeldmateriaal aangeleverd zal worden met de uitgever (beeldkwaliteit, formaat, bestandtype etc.).
• Zet tabellen in de tekstbestanden op de plaats waar ze horen. Lever figuren in als apart bestand en zet altijd een duidelijke verwijzing in de tekst op de plaats waar het figuur opgenomen moet worden. Vergeet niet de onderschriften van figuren en tabellen in de tekst te zetten.

3 Citeren en overnemen van tekst en afbeeldingen


Het aanhalen van tekst in een wetenschappelijke verhandeling is toegestaan mits:
• het werk waaruit is geciteerd rechtmatig openbaar is gemaakt;
• de morele rechten van de auteur van het werk waaruit wordt geciteerd niet worden geschonden;
• de bron waaruit wordt geciteerd op de volgende wijze wordt vermeld:
- bij boeken: auteur, drukgang en jaar van uitgave, titel, uitgever;
- bij tijdschriften: auteur, jaar van uitgave, titel artikel, titel tijdschrift, nummer, pagina;
• het betreffende citaat een maximale omvang heeft van een halve pagina van het oorspronkelijke werk (zie beneden voor het aanhalen van een langer stuk tekst, een zogenaamd kort tekstgedeelte).

Een kort tekstgedeelte mag worden overgenomen als het niet langer is dan 2.500 woorden. Meer korte gedeelten uit een en dezelfde uitgave mogen worden overgenomen als zij in totaal niet langer zijn dan 2.500 woorden. In geval van de overname van een kort tekstgedeelte moet de ‘overnemende' partij, ofwel de auteur zelf, de uitgever van het oorspronkelijke werk tijdig in kennis stellen. Dat betekent dat de auteur de oorspronkelijke uitgever tijdig (!) op de hoogte stelt als deze van zins is een (of meer) kort(e) tekstgedeelte(n) over te nemen.

Voor het overnemen van schema's, diagrammen en tabellen geldt in principe hetzelfde als voor tekst. Toestemming voor overname moet geregeld worden door de auteur. Toestemming is aan de orde wanneer:
• meer dan drie afbeeldingen uit een en dezelfde uitgave worden overgenomen;
• het auteursrecht uitdrukkelijk is voorbehouden bij de afbeelding of op duidelijke wijze op een daartoe bestemde plaats in het oorspronkelijke werk wordt aangegeven (bijvoorbeeld door het copyrightteken ©).

Meestal berusten de reproductierechten van foto's, tekeningen en topografische kaarten bij de maker ervan. Ook daarvoor moet door de auteur toestemming worden gevraagd aan de oorspronkelijke uitgever.


4 Literatuurverwijzingen

Pearson hanteert de APA-normen voor de notatie van literatuurverwijzingen in een literatuurlijst.

Voor de meest voorkomende literatuurverwijzingen zie hierna.

4.1 Referentie tijdschriftartikel

Auteur(s) (jaartal). Titel artikel. Tijdschrift (naam voluit), volume (nr), pagina's.
Bijvoorbeeld:
Ambert, A.-M. & Saucier, J.F. (2004). Adolescents academic succes and aspirations by parental marital status. Canadian Review of Sociology and Anthropology, 21(1), 62-74.

4.2 Referentie boek

Auteur(s) (jaartal). Titel, (reeks). Plaats van uitgave: Uitgever.
Bijvoorbeeld:
Broeke, E. ten, Jongh, A. de & Oppenheim, H.-J. (red.) (2009). Praktijkboek EMDR. Amsterdam: Pearson Assessment and Information.

4.3 Referentie hoofdstuk in boek

Auteur(s) (jaartal). Titel hoofdstuk. In: Redactie, Titel boek (pp. ...). Plaats van uitgave: Uitgever.

Bijvoorbeeld:
Aelen, F. (2009). Cognitieve systeemtherapie en EMDR. In: Broeke, E. ten, Jongh, A. de & Oppenheim, H.-J. (red.) Praktijkboek EMDR (pp. 409-428). Amsterdam: Pearson Assessment and Information.

Gebruik geen hoofdletters om titels en auteurs te benadrukken. Let bij de verwijzing van Engelstalig werk op de vermelding van redactie (ed. of eds.)

5 Register

We kennen twee soorten registers: een register van personen en een register van zaken. In het register van zaken kan sprake zijn van een onderverdeling in hoofdtermen en subtermen.
Registers kunnen het best door de auteur zelf gemaakt worden zodra het manuscript voltooid is (dat verkleint de kans op misverstanden en fouten).
Het belangrijkste bij een register is, dat de lezer vindt wat hij zoekt. Bedenk hoe een register wordt gebruikt. Leef u in de doelgroep in.
• Voordat de lezer het register opslaat, heeft hij al een bepaalde term in zijn hoofd waar hij naar wil zoeken.
• Of andersom: naar aanleiding van het register zoekt de lezer een woord bij het onderwerp waar hij iets over wil weten.

Alleen essentiële trefwoorden. Markeer alleen trefwoorden op plaatsen waar iets essentieels over het begrip wordt gezegd: geen toevallige of terloopse vermeldingen, maar definities of een flinke, informatieve alinea of paragraaf over het gezochte begrip. Een term als psychologie is voor een boek op dat gebied vrijwel altijd een te ruim en te frequent voorkomend begrip.
Hoeveel vindplaatsen. Als meer verwijzingen (op verschillende pagina's) naar een bepaald begrip noodzakelijk zijn, markeer dan op al die pagina's het betreffende trefwoord. Let er wel op dat op elke vindplaats van het trefwoord ook daadwerkelijk iets essentieels over het begrip wordt gemeld.
Streef naar een maximum van vier gemarkeerde trefwoorden per pagina kopij, voorkom dat het register te lang en te ontoegankelijk wordt.

5.1 Werkwijze

Het register wordt in het elektronische bestand gemarkeerd. Dat gaat op de volgende wijze.
Markeer in het wordbestand met een dubbelklik het woord dat in het register moet komen. In de menubalk, onder het kopje Invoegen, vindt u Index en tabellen. Klik dit aan. In het scherm dat opent, vervolgens Item markeren aanklikken. In het scherm dat volgt Markeren aanklikken. Daarmee wordt het woord in de Index opgeslagen.
In het document staat tussen accolades de registerterm. Deze kunt u indien nodig bewerken.
• U kunt de term in enkelvoud zetten, of er een zelfstandig naamwoord van maken. Voorbeeld:
Hij erkent het gezag ...
[registerwoord tussen accolades] erkenning
• Als in een zin twee woorden voorkomen die niet naast elkaar staan, maar die toch één trefwoord vormen, markeer dan een woord en bewerk deze tussen de accolades. Voorbeeld:
De groei van de bevolking wordt bepaald ...
[tussen accolades:] bevolkingsgroei
• Als een trefwoord (sublemma) onder een ander trefwoord (hoofdlemma) in het register moet komen te staan, neem dan tussen de accolades eerst het hoofdlemma op, gevolgd door een komma en het sublemma.

 

6 Correctierondes

Pearson gaat ervan uit dat de kopij compleet en definitief is wanneer deze op de afgesproken datum wordt ingeleverd bij de uitgeverij. Het is geenszins de bedoeling dat er in de proeffasen nog tekstonderdelen worden toegevoegd, of verplaatst. Slechts kleine correcties en correctie van pertinente onjuistheden zijn toegestaan.

Na inlevering van de kopij wordt een planning opgesteld waarin alle fasen van het productieproces zijn vastgelegd. Deze planning wordt met de auteur besproken. De totale productietijd bij de uitgeverij bedraagt meestal zo'n vier à vijf maanden.

Kopij wordt geredigeerd door een externe redacteur. De auteur ontvangt na deze redactieslag een correctieproef, de zogeheten kopijproef. Pearson adviseert de auteur deze proef nog eenmaal aandachtig te lezen. De auteur kan in deze proef zien wat er in de oorspronkelijke kopij gewijzigd is en bekijken of hij of zij daarmee akkoord is. Ook wordt de auteur geacht eventuele onduidelijkheden die in deze fase opgevallen zijn, weg te nemen. Correcties worden aangebracht in de print van de proef en dus niet in de bestanden. Deze auteurscorrecties worden door de uitgeverij in de bestanden verwerkt, waarna de tekst voor opmaak gaat.
Ook van de opgemaakte pagina's ontvangt de auteur een proef. Deze proef dient slechts ter controle van de opmaak. Zijn afbeeldingen juist geplaatst, kloppen de tabellen en andere figuren.
Wijzigingen in en aanvullingen op de tekst in de opgemaakte proeffase, leiden tot extra opmaakkosten die wij in de meeste gevallen moeten doorberekenen aan de auteur. Wees hier dus terughoudend.


7 Flaptekst

Pearson verzoekt de auteur een voorzet te geven voor de flaptekst van de uitgave. Deze tekst vormt de basis voor de definitieve flaptekst, de catalogustekst en eventueel andere promotionele teksten.
Richt u met deze tekst tot de doelgroep van de uitgave. De tekst mag niet langer zijn dan 350 woorden.
Een flaptekst bevat de volgende elementen:
- een aansprekende, intrigerende opening
- een korte weergave van de inhoud van het boek
- argumenten waarom juist dit boek interessant is
- een korte omschrijving van de doelgroep
- een korte omschrijving van de auteur