Richtlijnen voor auteurs van test- en therapiemateriaal

De volgende pagina's bevatten aanwijzingen en richtlijnen voor het aanleveren en redigeren van een manuscript. Aan de orde komen onder andere welke informatie een handleiding voor respectievelijk test- en therapiemateriaal moet bevatten. Vervolgens worden de conventies beschreven die Pearson hanteert ten aanzien van: spelling en schrijfwijze, het citeren van tekst, het overnemen van illustraties en de notatie van literatuur. Wij hopen dat deze aanwijzingen auteurs helpen een goede en duidelijk leesbare handleiding te schrijven. In dit hoofdstuk wordt niet ingegaan op het aanleveren en redigeren van overig materiaal zoals testboekjes of scoreformulieren, omdat deze vaak specifieke eisen stellen. Maak hierover duidelijke afspraken.


1 Handleiding bij een test

Alle tests die bij Pearson Assesment and Information B.V. worden uitgegeven, moeten voldoen aan de criteria die door de Cotan1 aan tests gesteld worden. Een testhandleiding moet daarom onderstaande hoofdstukken en informatie bevatten en wordt opgedeeld in een theoretische en een praktische handleiding.

• Titelpagina. Volledige titel, inclusief volledige namen van alle auteurs.
• Voorwoord. Hoe is het idee voor of de medewerking aan deze test tot stand gekomen? Wie heeft bijgedragen aan deze test en/of wordt bedankt?
• Inhoud
• Inleiding. Korte beschrijving, uitgangspunten en ontstaansgeschiedenis van de test, gebruiksdoel, samenhang met relevante andere tests (waarin verschilt de test van bestaande tests), meetpretentie en opbouw van de handleiding.
• Theoretische handleiding. Zie hierna.
• Praktische handleiding. Zie hierna.
• Literatuur
• Bijlagen

1.1 Theoretische handleiding

1 Theoretische achtergrond
- Bespreken verschillende gerelateerde/onderliggende theorieën
- Bespreken begrippen
2 Testconstructie
- Operationalisatie van de theoretische achtergrond in de test
- Fasen die tijdens het onderzoek doorlopen zijn
- Samenstelling van de pilot- en onderzoeksgroep
- Schaal- en itemselectie
3 Ontwikkeling van de normen2
- Beschrijving van de normgroep(en) en het normeringsonderzoek
- Beschrijving ontwikkeling van de normen
4 Betrouwbaarheid2
5 Validiteit2
6 Discussie en conclusie
- Kritische kanttekeningen bij het onderzoek
- Discussie van de resultaten (terugkoppeling naar de theorie)
- Conclusie


1.2 Praktische handleiding

1 Beschrijving van de test
- Doel
- Samenstelling
- Afname- en scoringsduur
2 Testmateriaal
- Uit welke delen bestaat de test
3 Beschrijving van de afname-instructie en de testcondities
4 Scoring
5 Instructie voor het gebruik van de normtabellen
6 Interpretatie van de normscores, toepassing en voorbeelden
a. Bijvoorbeeld geïllustreerd met een casusbeschrijving
7 Vereiste deskundigheid en gebruiksmogelijkheden
8 Normtabellen (bij voorkeur in de bijlagen)

Voor meer informatie over testontwikkeling zie:

Noot 1. Evers, A., Vliet-Mulder, J.C. van & Groot, C.J. (2000). Documentatie van tests en testresearch in Nederland. Assen: Van Gorcum.

Noot 2. P.J. D. & Sijtsma, K. (1990). Testtheorie: Inleiding in de theorie van psychologische tests en zijn toepassingen. Houten: Bohn, Stafleu & Van Loghum.


2 Handleiding bij therapiemateriaal

Therapiemateriaal dat bij Pearson Assesment and Information B.V. wordt uitgegeven, is bij voorkeur getoetst in de praktijk en de effectiviteit van de methode is door middel van een effectonderzoek gemeten.
Een handleiding moet een logische en eenduidige opbouw hebben en de volgende hoofdstukken bevatten:

• Titelpagina. Volledige titel, inclusief volledige namen van alle auteurs.
• Voorwoord. Hoe is de idee voor of de medewerking aan dit therapiemateriaal tot stand gekomen? Wie heeft bijgedragen aan dit therapiemateriaal en/of wordt bedankt?
• Inhoud
• Inleiding. Korte beschrijving, uitgangspunten en ontstaansgeschiedenis van het therapiemateriaal, de doelgroep, het behandeldoel en opbouw van de handleiding.
• Theoretische achtergrond. Theoretisch kader, verantwoording van de keuze van het therapiemateriaal.
• Effectonderzoek. Onderzoeksopzet, resultaten.
• Therapiebeschrijving. Beschrijving van doel, doelgroep, gebruiksgroep, het materiaal, opbouw van de therapie, therapie-instructies en condities, frequentie en duur van de therapie.
• Literatuur
• Bijlagen


3 Opbouw, stijl en spelling

Houd eenheid in de hoofdstukken, kopjes, paragrafen en subparagrafen. Wees consequent in het gebruik ervan en wees consequent in de formulering van titels van hoofdstukken en paragrafen.
Wanneer de handleiding door meerdere auteurs geschreven wordt, dienen de verschillende hoofdstukken in één stijl en opbouw te worden gegoten.
Waak ervoor niet teveel in de lijdende vorm te schrijven. Vermijd het veelvuldig gebruik van het werkwoord ‘worden'. Tekst in de lijdende vorm komt vaak saai over en leest daardoor niet prettig. Voorbeeld: ‘De fout werd gecorrigeerd door de secretaresse' of ‘De secretaresse corrigeerde de fout'.

Probeer bij het schrijven van de handleiding te denken vanuit het perspectief van de lezer: kan iemand die de handleiding voor het eerst leest, begrijpen wat er staat en de therapie uitvoeren. Gebruik jargon alleen wanneer dit nuttig is.

Pearson hanteert de spelling zoals die is vastgelegd in het welbekende Groene Boekje (Woordenlijst Nederlandse Taal, 2005). Het Groene Boekje is ook online te raadplegen: http://woordenlijst.org. Verder houden wij ons aan de regels en conventies zoals die zijn vastgelegd in Schrijfwijzer (Renkema, 2005).
Welke schrijfwijze of stijl u ook kiest, het is van belang consequent te zijn en te blijven in de toepassing ervan.


4 Instructie voor het aanleveren van kopij

Bij het invoeren van de tekst is het belangrijk dat u met de volgende punten rekening houdt:
• Pearson accepteert alleen kopij die is weggeschreven als Word-bestand.
• Lever een tekst in die zo ‘kaal' mogelijk is ingetikt. Maak geen gebruik van de opmaakmogelijkheden van Word, zoals automatische paragraafnummering, inspringen, afbreken, uitlijnen en dergelijke. Wel kunt u de functies cursief, vet, kleinkapitaal, superschrift of subschrift van uw tekstverwerkings-programma gebruiken.
• Gebruik de spatiebalk alleen voor het maken van spaties tussen twee woorden. Gebruik de spatiebalk nooit om een bepaalde lay-out te verkrijgen.
• Doe niet teveel moeite om een schema, tabel of formule netjes op het scherm te krijgen. Lever bij de kopij een duidelijk (schets)model aan, zodat bij de opmaak helder is hoe het eruit moet komen te zien.
• Wilt u een term nadruk geven, doe dat dan door de tekst te cursiveren. Vette termen in de tekst worden omwille van de leesbaarheid afgeraden.Gecursiveerd worden verder de titels van boeken en tijdschriften, en buitenlandse termen. Komt een term uit een andere taal veelvuldig voor, dan wordt hij meestal een keer, ter introductie, gecursiveerd, en verder niet.
• Behandel de tekst van noten als platte tekst. Gebruik dus niet de nootverwijzingsfunctie van uw tekstverwerker. Noten worden als eindnoten genummerd opgenomen aan het eind van de tekst. Nootverwijzingen (nootnummers) komen altijd na de interpunctie, tenzij de nootverwijzing op een enkel woord slaat.
• Hoofdstukken, paragrafen en subparagrafen dienen bij voorkeur genummerd te zijn. Maak niet meer dan drie niveaus (1.1.1), gebruik voor nog lagere niveaus ongenummerde tussenkoppen.
• Indien gekozen is voor ongenummerde paragraafkoppen geef de hiërarchie dan aan met een code, bijvoorbeeld [kop1], [kop2], [kop3].
• Verwijs nooit naar ‘hierboven' of ‘hieronder'. Wanneer de tekst eenmaal is opgemaakt, kan het zo uitkomen dat hetgeen waarnaar verwezen wordt op een andere pagina is beland. Gebruik liever ‘hiervoor' of ‘hierna'. Maak ook geen verwijzingen naar paginacijfers, verwijs liever naar een deel-, hoofdstuk, paragraaf- of tabel/figuurnummer.
• Lever nieuwe kopij aan op cd of via e-mailbestanden. Bewaar zelf altijd een kopie van de bestanden die u toestuurt aan de uitgeverij.Stuur zowel de bestanden als een uitdraai van de tekst, zodat gecontroleerd kan worden of de kopij compleet is. De uitdraai moet identiek zijn aan de geleverde tekstbestanden.
• Overleg de wijze waarop beeldmateriaal aangeleverd zal worden met de uitgever (beeldkwaliteit, formaat, bestandtype etc.).
• Zet tabellen in de tekstbestanden op de plaats waar ze horen. Lever figuren in als apart bestand en zet altijd een duidelijke verwijzing in de tekst op de plaats waar het figuur opgenomen moet worden. Vergeet niet de onderschriften van figuren en tabellen in de tekst te zetten.


5 Citeren en overnemen van tekst en afbeeldingen

Het aanhalen van tekst in een wetenschappelijke verhandeling is toegestaan mits:
• het werk waaruit is geciteerd rechtmatig openbaar is gemaakt;
• de morele rechten van de auteur van het werk waaruit wordt geciteerd niet worden geschonden;
• de bron waaruit wordt geciteerd op de volgende wijze wordt vermeld:
- bij boeken: auteur, drukgang en jaar van uitgave, titel, uitgever;
- bij tijdschriften: auteur, jaar van uitgave, titel artikel, titel tijdschrift, nummer, pagina;
• het betreffende citaat een maximale omvang heeft van een halve pagina van het oorspronkelijke werk (zie hierna voor het aanhalen van een langer stuk tekst, een zogenaamd kort tekstgedeelte).

Een kort tekstgedeelte mag worden overgenomen als het niet langer is dan 2.500 woorden. Meer korte gedeelten uit een en dezelfde uitgave mogen worden overgenomen als zij in totaal niet langer zijn dan 2.500 woorden. In geval van de overname van een kort tekstgedeelte moet de ‘overnemende' partij, ofwel de auteur zelf, de uitgever van het oorspronkelijke werk tijdig in kennis stellen. Dat betekent dat de auteur de oorspronkelijke uitgever tijdig (!) op de hoogte stelt als hij van zins is een (of meer) kort(e) tekstgedeelte(n) over te nemen.

Voor het overnemen van schema's, diagrammen en tabellen geldt in principe hetzelfde als voor tekst. Toestemming voor overname moet geregeld worden door de auteur. Toestemming is aan de orde wanneer:
• meer dan drie afbeeldingen uit een en dezelfde uitgave worden overgenomen;
• het auteursrecht uitdrukkelijk is voorbehouden bij de afbeelding of op duidelijke wijze op een daartoe bestemde plaats in het oorspronkelijke werk wordt aangegeven (bijvoorbeeld door het copyrightteken ©).

Meestal berusten de reproductierechten van foto's, tekeningen en topografische kaarten bij de maker ervan. Ook daarvoor moet door de auteur toestemming worden gevraagd aan de oorspronkelijke uitgever.


6 Literatuurverwijzingen

Pearson hanteert de APA-normen voor de notatie van literatuurverwijzingen in een literatuurlijst.

Voor de meest voorkomende literatuurverwijzingen zie hierna.

6.1 Referentie tijdschriftartikel

Auteur(s) (jaartal). Titel artikel. Tijdschrift (naam voluit), volume (nr), pagina's.
Bijvoorbeeld:
Ambert, A.-M. & Saucier, J.F. (2004). Adolescents academic succes and aspirations by parental marital status. Canadian Review of Sociology and Anthropology, 21(1), 62-74.

6.2 Referentie boek

Auteur(s) (jaartal). Titel, (reeks). Plaats van uitgave: Uitgever.
Bijvoorbeeld:
Broeke, E. ten, Jongh, A. de & Oppenheim, H.-J. (red.) (2009). Praktijkboek EMDR. Amsterdam: Pearson Assessment and Information.

6.3 Referentie hoofdstuk in boek

Auteur(s) (jaartal). Titel hoofdstuk. In: Redactie, Titel boek (pp. ...). Plaats van uitgave: Uitgever.
Bijvoorbeeld:
Aelen, F. (2009). Cognitieve systeemtherapie en EMDR. In: Broeke, E. ten, Jongh, A. de & Oppenheim, H.-J. (red.) Praktijkboek EMDR (pp. 409-428). Amsterdam: Pearson Assessment and Information.

Gebruik geen hoofdletters om titels en auteurs te benadrukken. Let bij de verwijzing van Engelstalig werk op de vermelding van redactie (ed. of eds.)

7 Correctierondes

Pearson gaat ervan uit dat de kopij compleet en definitief is wanneer deze op de afgesproken datum wordt ingeleverd bij de uitgeverij. Het is geenszins de bedoeling dat er in de proeffasen nog tekstonderdelen worden toegevoegd, of verplaatst. Slechts kleine correcties en correctie van pertinente onjuistheden zijn toegestaan.

Na inlevering van de kopij wordt een planning opgesteld waarin alle fasen van het productieproces zijn vastgelegd. Deze planning wordt met de auteur besproken.

Kopij wordt geredigeerd door een externe redacteur. De auteur ontvangt na deze redactieslag een correctieproef, de zogeheten kopijproef. Pearson adviseert de auteur deze proef nog eenmaal aandachtig te lezen. De auteur kan in deze proef zien wat er in de oorspronkelijke kopij gewijzigd is en bekijken of hij of zij daarmee akkoord is. Ook wordt de auteur geacht eventuele onduidelijkheden die in deze fase opgevallen zijn, weg te nemen. Correcties worden aangebracht in de print van de proef en dus niet in de bestanden. Deze auteurscorrecties worden door de uitgeverij in de bestanden verwerkt, waarna de tekst voor opmaak gaat.
Ook van de opgemaakte pagina's ontvangt de auteur een proef. Deze proef dient slechts ter controle van de opmaak. Zijn afbeeldingen juist geplaatst, kloppen de tabellen en andere figuren.
Wijzigingen in en aanvullingen op de tekst in de opgemaakte proeffase, leiden tot extra opmaakkosten die wij in de meeste gevallen moeten doorberekenen aan de auteur. Wees hier dus terughoudend.