Deze site is onderdeel van Pearson Assessment and Information B.V.
always learning

Richtlijnen voor auteurs digitaal testen

Bij aanvang van de ontwikkeling van een instrument dat ook digitaal verschijnt, dient hierover in een vroeg stadium met de uitgeverij afstemming plaats te vinden. Zo kunnen eventuele hindernissen bij het inbouwen van de test vroegtijdig gesignaleerd worden en de planning van het inbouwen kan afgestemd worden op de verschijningsdatum van het instrument. Het inbouwproces kan per test nogal verschillen.


1 Aanleveren voor digitale versies van tests
- Uitgangspunt is één item per scherm. Voor elk platform geldt dat de tests volgens een voor dit platform ontwikkelde standaard worden ingebouwd.
- Instructies, items en alternatieven van de test graag elektronisch aanleveren, het liefst in een Wordbestand, zodat de items gemakkelijk overgenomen kunnen worden in het desbetreffende medium, STM of P2O. Quarkbestanden zijn niet werkbaar.
- De hoeveelheid tekst/informatie die in P20 op 1 scherm kan, is beperkt. Wanneer een test ingebouwd wordt op het online-platform, dient hier dan ook rekening mee gehouden te worden. Verwijzingen naar een vorig scherm binnen een item of instructie zijn niet wenselijk. Instructies en items dienen dan ook, indien nodig, aangepast te worden naar het medium waarin de test wordt ingebouwd. Indien verwijzen onvermijdelijk wordt dienen die delen van een vorige scherm, waarnaar (terug)verwezen zou moeten worden, herhaald te worden op een vervolgscherm, om verwijzing naar een vorig scherm te voorkomen.
- Plaatjes en foto's die deeluitmaken van de items van de test graag aanleveren als jpeg-bestand. Eventueel is aanlevering als gif-bestand ook mogelijk, hoewel de uiteindelijke kwaliteit hiervan op het scherm in de regel minder goed is. Voor Item-opgaven is de afmeting 695 x 280 pixels een goede maat.
Indien dit een probleem oplevert, is overleg met de uitgeverij noodzakelijk. Alternatieven komen bij voorkeur onder elkaar te staan, maar naast elkaar is soms ook mogelijk, net als naast de opgave (scherm opgedeeld in twee kolommen). Bij de naast-elkaar-varianten dient dan een nieuwe afmeting voor de opgaven bepaald te worden. Het uitgangspunt is altijd dat een scherm bij voorkeur niet gescrolled hoeft te worden. Alleen als het echt niet anders kan (bijvoorbeeld bij stroomdiagrammen, die niet op te delen zijn) kan een Item-scherm scrollable gemaakt worden.

2 Aanleveren voor de scoring of scoringsprogramma's
- Voor de digitale scoring van een test de normtabellen graag digitaal aanleveren in de vorm van een Wordbestand. Indien het aantal normtabellen erg groot is wordt het opportuun om de onderliggende formules mee te sturen met de normtabellen; de formules kunnen dan ingebouwd worden, de normtabellen dienen dan als controle van de ingebouwde formules.
- In P20 is de mogelijkheid om grafieken toe te voegen momenteel nog zeer beperkt. Het is dus zaak om hier vooraf rekening mee te houden. Momenteel hebben we op P2O als grafische representatie van de normscores enkel per schaal een horizontale staafdiagram beschikbaar, die aan de hand van de gekozen normsoort is opgedeeld in vakjes (bijvoorbeeld negen vakjes voor stanines); in het vakje dat overeenkomt met de gerealiseerde normscore wordt de normscore door een rode stip gerepresenteerd. Er staan geen cijfers in of onder de staafdiagram.
- Voor de scoring of wanneer de antwoorden van een kandidaat (vanuit een papieren scoreformulier) ingevoerd moeten worden in een scoringsprogramma, dan graag een bestand aanleveren waarin terug te vinden is welk item op welke schaal scoort (en indien van toepassing, welk gewicht aan de score op het desbetreffende item wordt toegekend).
- Wanneer het gaat om het inbouwen van alleen een scoringsprogramma, dient vooraf goed nagedacht (en afgestemd te worden met de uitgeverij) of het gaat om het invoeren van de ruwe scores op alle items van een test of om de reeds (op een antwoordformulier) getotaliseerde scores per schaal.

3 Aanleveren voor (expert)rapportages
- De aanlevering van een expertrapportage bij de scores door de auteur is wenselijk. Natuurlijk is het al dan niet terugrapporteren in deze vorm nogal afhankelijk van de aard van het instrument. Wanneer een rapportage in deze vorm past bij het instrument en een toegevoegde waarde heeft op de scores, dan hiervoor graag de tekstuele bestanden als volgt in digitale vorm (in Microsoft Word) aanleveren.
- Vooraf aan het schrijven van de teksten voor een expertrapportage dient over een aantal zaken te zijn nagedacht.
• Voor wie is de rapportage bedoeld?
• Wat is het doel van de tekstuele rapportage?
• Zijn er restricties bij het gebruik van de rapportage?
• Worden scores wel of niet gecombineerd in de tekst? (In het eerste geval dient apart met de uitgeverij afgestemd te worden hoe deze gecombineerde rapportage tot stand komt).
• Is er sprake van een tekstgedeelte voor alle schalen uit de test afzonderlijk of is er sprake van een verhaal waarin alle schaalscores aan bod komen?
• Wordt de nadruk gelegd op de uitspringende scores?

- Het volgende dient aangeleverd te worden.
• Verdeling van de teksten conform de verdeling van de normscores in ‘laag-midden-hoog' (Bijvoorbeeld: Stanine 1,2,3 = Laag, Stanine 4,5,6 = Midden, Stanine 7,8,9 = Hoog). Indien per normgroep verschillende teksten worden ingebouwd de teksten niet alleen ingedeeld in ‘laag-midden-hoog' maar ook ingedeeld naar normgroep aanleveren.
• Een inleidend stukje waarin wordt aangegeven welke test de kandidaat heeft gemaakt en wat deze test meet.
• Per schaal dient per scorecategorie (laag-midden-hoog) een tekstgedeelte aangeleverd te worden van bij voorkeur drie tot vijf regels, gekoppeld aan de score. Hierin wordt de uitleg over de behaalde score gegeven en worden typerende aspecten van de behaalde score op de desbetreffende schaal naar voren gebracht. In het tekstgedeelte dient ook duidelijk te zijn omschreven wat de afzonderlijke schaal meet.
• Het tekstgedeelte dient te zijn geschreven in de derde persoonsvorm (hij/zij - de heer/mevrouw).
• Terugkerende persoonsvormen (zoals hij, zij, hem, haar, zijn, haar, de heer, mevrouw) dienen in een index voorzien te zijn van een teken (bijvoorbeeld hij=!, Hij = !!, zij=@, Zij = @@, maar ook aparte symbolen voor varianten als hem, haar, zijn, de heer, De heer, meneer, Meneer etc.), zodat deze in de uiteindelijke rapportage gemakkelijk gegenereerd kunnen worden, passend bij de persoon die de test heeft ingevuld en passend in de formulering van de bedoelde zin.