NDT, PMT-K-2 en SVL inzetten in het kader van het middelbare schooladvies
-
- 29 mrt. 2012
Doordat de CITO eindtoets in het schooljaar 2012-2013 verplaatst wordt van afname in februari/ maart naar afname half april tot half mei mist er bij het geven van een middelbaar schooladvies een subjectief gegeven om dit advies op te baseren. In plaats van deze CITO-toets kan een IQ-score dienst doen om dit advies te onderbouwen of een keuze tussen 2 opleidingsniveaus te maken. Een instrument als de NDT die zowel individueel als klassikaal ingezet kan worden, is hiervoor zeer goed bruikbaar. Uit onderzoek blijken de verbanden tussen inteligentiemeting en schoolniveau zeer goed te zijn. Men kan op basis van dit IQ zien of de potentie die het kind heeft wel tot uiting is gekomen in de schoolresultaten of dat er eigenlijk ‘meer inzit’.
Ook informatie rondom het sociaal-emotioneel functioneren van een leerling kan het advies richting een middelbare school verduidelijken. Instrumenten als de SVL en PMT-K-2 zijn in dit kader zeer goed inzetbaar. De SVL brengt de werkhouding van de leerling in kaart en ook de motivatie ten opzichte van het schoolwerk. Deze wordt getoetst aan de hand van leertaakgerichtheid (LG), concentratie in de klas (CK) en de huiswerkattitude (HA). Inzicht over het welbevinden of de sociaal-emotionele houding (WELB) ten opzichte van het schoolleven, wordt verkregen door vragen met betrekking tot plezier op school (PS), het sociaal aanvaard voelen van de leerling (SA) en de relatie met leerkrachten (RL). Het zelfvertrouwen (ZELF) van de leerling wordt gemeten aan de hand van uitdrukkingsvaardigheid (UV), zelfvertrouwen bij het maken van proefwerken (ZP) en sociale vaardigheid (SV). De PMT-K-2 meet Prestatiemotivatie, Negatieve Faalangst, Positieve faalangst en Sociale Wenselijkheid. Deze informatie kan bijdragen aan de keuze tussen welk advies wordt gegeven, bijvoorbeeld bij een leerling die hoog scoort op faalangst of weinig zelfvertrouwen heeft, is het misschien meer wenselijk een lager advies te geven, zodat er niet nog meer problemen met de faalangst of zelfvertrouwen ontstaan. Een leerling die een hoge leertaakgerichtheid, hoge motivatie, goede concentratie en goede juiswerkattitude heeft, zou mogelijk juist weer een wat hoger advies kunnen krijgen.

